De vraag wat is een barcode lijkt simpel, maar achter die zwarte en witte lijnen schuilt een compleet systeem voor identificatie, voorraadbeheer en tracering. Zonder barcodes zouden winkels, magazijnen en pakketdiensten trager, foutgevoeliger en duurder werken.
Wat is een barcode?
In dit artikel leggen we uit wat een barcode is, hoe barcodes werken, welke soorten er zijn en hoe je ze slim inzet in je logistieke processen.

Wat is een barcode?
Een barcode (of streepjescode) is een visuele code die gegevens weergeeft in de vorm van donkere en lichte elementen. Een scanner leest die code automatisch en vertaalt deze naar data, bijvoorbeeld een artikelnummer, zendingnummer of klantnummer.
Belangrijk om te onthouden:
- Een barcode bevat geen uitgebreide productinformatie, maar een sleutel (bijvoorbeeld een nummer).
- De betekenis van die sleutel ligt vast in je kassa-, WMS– of ERP-systeem.
- De scanner leest de barcode, jouw systeem vult de gegevens in (prijs, omschrijving, voorraad, bestemming, etc.).
Je hebt grofweg twee hoofdtypes barcodes:
- 1D-barcodes (lineair): de klassieke streepjescode met verticale balken (zoals EAN-13 in de supermarkt).
- 2D-barcodes (matrixcodes): vierkante patronen zoals QR-codes en Data Matrix, waarmee je veel meer informatie kwijt kunt.
Hoe werkt een barcode precies?
De werking van een barcode kun je in drie stappen opdelen: coderen, scannen en decoderen.
1. Coderen: gegevens omzetten naar lijnen of blokjes
Eerst wordt een nummer of code (bijvoorbeeld een GTIN of intern artikelnummer) omgezet in een patroon van:
- zwarte en witte strepen (1D-barcode), of
- een raster van vierkantjes/pixels (2D-barcode).
De breedte en volgorde van de strepen of de positie van de zwarte blokjes bepalen welke cijfers of letters zijn opgeslagen.
2. Scannen: licht meten en omzetten naar een signaal
Bij het scannen gebeurt het volgende:
- Een scanner (laserscanner, camera of smartphones) stuurt licht naar de barcode.
- Donkere delen absorberen meer licht, lichte delen weerkaatsen licht.
- De sensor in de scanner meet dit verschil en zet het om in een elektrisch signaal: een reeks enen en nullen (binair).
3. Decoderen: binaire data koppelen aan informatie
De decoder in de scanner of software vertaalt het binaire patroon naar:
- een nummer (bijvoorbeeld een EAN, GTIN of intern artikelnummer), of
- een stukje tekst, URL of andere data (vooral bij 2D-codes).
Dat nummer of die tekst wordt vervolgens doorgestuurd naar jouw kassasysteem, WMS of ERP. Daar zit de echte product-, klant- of zendinginformatie opgeslagen.
Soorten barcodes: 1D en 2D
Er bestaan veel verschillende barcode-standaarden (symbologieën). De belangrijkste in de logistiek zijn:
1D-barcodes (lineaire barcodes)
Dit zijn de klassieke streepjescodes die je op vrijwel ieder product ziet.
Veelgebruikte voorbeelden:
- EAN-13 en EAN-8
Standaard in de retail. EAN-13 bestaat uit 13 cijfers (met o.a. landcode en fabrikantcode). EAN-8 is de compacte variant voor kleine verpakkingen. - UPC-A
De Amerikaanse tegenhanger van EAN, veel gebruikt in Noord-Amerika. - Code 128
Flexibele, compacte code die letters, cijfers en speciale tekens kan bevatten. Veel gebruikt voor verzendlabels, SSCC-labels en interne logistieke labels. - Code 39
Eenvoudige alfanumerieke code, vaak gebruikt in industrie en interne logistiek. - ITF-14
Geschikt voor dozen en omdozen; wordt veel gebruikt voor het identificeren van logistieke eenheden.
2D-barcodes (matrixcodes)
2D-barcodes slaan data op in twee richtingen (horizontaal én verticaal) en kunnen daardoor veel meer informatie bevatten op een klein oppervlak.
Enkele bekende voorbeelden:
- QR-code
Bekend uit marketing en betalingen, maar ook bruikbaar voor bijvoorbeeld assetbeheer, onderhoud en traceability. - Data Matrix
Vaak gebruikt op kleine onderdelen in de industrie, elektronica en farmacie. - Aztec, MaxiCode, PDF417
Nichetoepassingen, o.a. in transport, tickets, identiteitsdocumenten en boardingpasses.
Niet elke scanner kan automatisch alle soorten barcodes lezen. In de logistiek is een goede match tussen labeltype, barcodestandaard en scanner belangrijk.
Barcode, GTIN/EAN en SKU: hoe zit dat precies?
Rond barcodes worden veel termen door elkaar gebruikt. De drie belangrijkste:
- Barcode
De grafische weergave (streepjes of blokjes) die de code machineleesbaar maakt. - GTIN / EAN / UPC
De gestandaardiseerde nummers voor producten, uitgegeven via GS1. De barcode op een consumentenverpakking bevat meestal zo’n GTIN (bijvoorbeeld een EAN-13). - SKU (Stock Keeping Unit)
Een interne code van de winkel of het bedrijf zelf. Eén product kan in verschillende winkels verschillende SKU’s hebben, maar hetzelfde GTIN/EAN.
Toepassingen van barcodes in de logistiek
In de logistiek en supply chain kom je barcodes overal tegen. Enkele typische toepassingen:
1. Voorraadbeheer en magazijnlocaties
- Identificatie van artikelen op stuk- of doosniveau.
- Labelen van locaties (stellingen, schappen, bakken) zodat je met een scanner exact weet waar iets ligt.
- Ondersteunen van cycle counting en inventarisaties.
2. Orderpicking en verzending
- Scannen van picklijsten en artikelen tijdens orderpicking om fouten te voorkomen.
- Aanbrengen van verzendlabels met barcodes voor pakketten, pallets en rolcontainers.
- Gebruik van SSCC-labels (Serial Shipping Container Codes) voor unieke identificatie van logistieke eenheden.
3. Traceability en kwaliteitsborging
- Registreren van batch- of lotnummers en houdbaarheidsdata (bijvoorbeeld via een 2D-code).
- Terugvinden van goederen bij recalls of kwaliteitsissues.
- Vastleggen welke goederen wanneer, door wie en naar welke klant zijn verzonden.
4. Inbound en crossdock
- Inboeken van inkomende goederen op basis van leverancierslabels.
- Direct doorscannen van goederen naar uitgaande zendingen bij crossdock-operaties.
Zonder barcodes wordt al dit werk grotendeels handmatig, met meer fouten en minder realtime inzicht.
Barcodes invoeren of verbeteren: waar let je op?
Wil je barcodes (beter) inzetten in je magazijn of distributiecentrum, dan is een gestructureerde aanpak belangrijk.
1. Bepaal wat je wilt identificeren
Denk na over de niveaus waarop je wilt werken:
- individueel artikel
- omdoos / colli
- pallet of rolcontainer
- magazijnlocatie
Voor elk niveau kun je een passende barcodestandaard kiezen.
2. Kies de juiste standaard
- Voor consumentenverpakkingen: vaak EAN-13 of EAN-8.
- Voor dozen en pallets: vaak ITF-14, GS1-128 of SSCC.
- Voor kleine onderdelen of extra informatie: vaak een Data Matrix of andere 2D-code.
Waar externe partijen (retailers, groothandels, marketplaces) eisen stellen, volg je de GS1-standaarden.
3. Zorg voor goede labelkwaliteit
Een barcode is zo sterk als de kwaliteit van het label. Let op:
- voldoende contrast tussen achtergrond en code (bij voorkeur donkere code op lichte achtergrond)
- juiste grootte (niet te klein, voldoende rustige zone eromheen)
- geschikte materialen en inkt voor de omgeving (koude, vocht, buiten, vrieshuis)
4. Koppel barcodes aan je systemen
- Zorg dat elke barcode in je WMS/ERP/kassa aan de juiste artikelen en locaties is gekoppeld.
- Test met verschillende barcodescanners op de vloer (afstand, hoek, snelheid).
- Richt processen zo in dat medewerkers altijd scannen in plaats van handmatig typen.
5. Maak duidelijke werkafspraken
- Wanneer wordt een nieuw artikelnummer + barcode aangemaakt?
- Wie controleert de kwaliteit van labels en scans?
- Hoe ga je om met artikelen zonder barcode (bijvoorbeeld bij inbound)?
Zonder heldere afspraken wordt het snel een mix van verschillende coderingen, met veel uitzonderingen en fouten.
Barcode of toch RFID?
Soms komt de vraag op: vervangt RFID de barcode? In de praktijk vullen ze elkaar vooral aan.
- Barcodes
goedkoop te produceren en te printen;
eenvoudig te scannen, één voor één;
visueel controleerbaar (je ziet wat erop staat). - RFID-tags
kunnen zonder zichtlijn gelezen worden;
maken bulk-scanning mogelijk (meerdere items tegelijk);
zijn duurder per eenheid, maar interessant bij hoge waarde of hoge volumes.
In veel magazijnen zie je dat barcodes de standaard blijven voor het grootste deel van de flow, terwijl RFID wordt ingezet voor specifieke stromen (bijvoorbeeld kleding, gereedschap of returnable packaging).
Veelgestelde vragen over barcodes
-
Wat is een barcode in het kort?
Een barcode is een machineleesbare code van donkere en lichte elementen (strepen of blokjes) die een nummer of stukje data voorstelt. Een scanner leest de code en jouw systeem haalt daar de bijbehorende product-, zending- of klantinformatie bij.
-
Heb ik een EAN-code nodig om producten te verkopen?
Verkoop je aan retailers, groothandels of via marketplaces, dan is een GTIN/EAN vrijwel altijd verplicht. Verkoop je alleen intern of in een gesloten B2B-keten, dan kun je ook werken met interne artikelcodes en barcodes. In de praktijk combineren veel bedrijven beide.
-
Wat is het verschil tussen een barcode en een QR-code?
Een streepjescode is een 1D-barcode met verticale lijnen, vooral geschikt voor artikel- en zendingnummers. Een QR-code is een 2D-barcode die veel meer informatie kan bevatten, zoals een URL of extra traceability-data. Beide zijn barcodes; de QR-code is simpelweg een andere vorm.
-
Welke barcode gebruik ik in mijn magazijn?
Dat hangt af van je proces en ketenpartners. Voor consumentenverpakkingen gebruik je meestal EAN-13. Voor dozen en pallets zijn ITF-14, GS1-128 en SSCC-labels gangbaar. Voor interne locaties en hulpmiddelen worden vaak Code 128 of Code 39 gebruikt.